Laten we beginnen met een kort voorbeeld uit onze eigen praktijk. Een van onze cliënten, een MKB-ondernemer in de groothandel, had een groot leveringscontract getekend met een buitenlandse leverancier. Tijdens de onderhandelingen werd hem verzekerd dat de producten voldeden aan alle Europese keurmerken. In werkelijkheid bleken de goederen niet gecertificeerd en zelfs onbruikbaar voor de Europese markt. Onze cliënt zat vast aan een duur contract én aan producten die hij niet mocht verkopen.
Wij hebben namens hem een beroep gedaan op dwaling (artikel 6:228 BW), omdat hij de overeenkomst nooit zou zijn aangegaan als hij de werkelijke situatie had gekend. Dankzij onze onderbouwing met documentatie en correspondentie, én door te wijzen op de onjuiste mededelingen van de leverancier, hebben we de overeenkomst kunnen vernietigen. Het resultaat? De leverancier moest de goederen terugnemen en het volledige aankoopbedrag terugbetalen.
Dit soort situaties zijn helaas geen uitzondering. En juist daarom is het cruciaal dat je weet wat jouw rechten zijn bij bedrog of dwaling.
Dwaling betekent dat je een overeenkomst sluit op basis van onjuiste of onvolledige informatie, waardoor je een verkeerde voorstelling van zaken had. Juridisch gezien gaat het erom dat je de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten als je de waarheid had geweten.
Volgens de wet (artikel 6:228 BW) zijn er drie situaties waarin een beroep op dwaling mogelijk is:
Bedrog (artikel 3:44 lid 3 BW) is een zwaardere vorm van misleiding. Het gaat niet om onbedoelde onjuistheden, maar om opzettelijk onjuiste mededelingen, het achterhouden van essentiële informatie of het gebruiken van bepaalde kunstgrepen om jou te misleiden.
Het verschil met dwaling is dus vooral de opzet: bij bedrog heeft de wederpartij doelbewust geprobeerd jou op het verkeerde been te zetten.
Wanneer een beroep op bedrog of dwaling slaagt, kan de overeenkomst vernietigd worden. Dat betekent dat de situatie wordt teruggedraaid alsof de overeenkomst nooit heeft bestaan. Dit heeft grote praktische gevolgen:
Let op: bij dwaling is het uitgangspunt dat beide partijen worden teruggebracht in de toestand van vóór de overeenkomst. Bij bedrog kan de benadeelde partij vaak ook aanvullende schadevergoeding eisen.
Als jij iemand beschuldigt van dwaling of bedrog, ligt de bewijslast in eerste instantie bij jou. Je moet aantonen dat je bent misleid of dat je onjuiste informatie hebt gekregen. Dit kan met:
In de praktijk zien wij dat een goed opgebouwd dossier het verschil kan maken tussen verliezen en winnen.
Een beroep op dwaling moet je in beginsel doen binnen drie jaar nadat je de onjuiste informatie hebt ontdekt (artikel 3:52 BW). Voor bedrog geldt dezelfde termijn. Wacht je te lang, dan kan de wederpartij zich beroepen op verjaring en sta je met lege handen.
Als ondernemer kun je het risico op bedrog of dwaling nooit helemaal uitsluiten, maar je kunt wel maatregelen nemen om de kans te verkleinen en je bewijspositie te versterken:
Het praktijkvoorbeeld van onze groothandelscliënt laat zien dat snel schakelen cruciaal is. Hoe eerder wij worden ingeschakeld, hoe sterker we staan om jouw rechten veilig te stellen. In veel gevallen lukt het ons om binnen korte tijd de schade te beperken of zelfs volledig terug te draaien.
Bedrog of dwaling kan grote financiële en operationele gevolgen hebben voor jouw onderneming. Het kan betekenen dat je vastzit aan ongunstige afspraken of producten waar je niets mee kunt. Gelukkig biedt de wet duidelijke mogelijkheden om hiertegen op te komen, mits je snel handelt en over het juiste bewijs beschikt.
Wil je zeker weten dat je in jouw situatie de juiste stappen zet? Neem dan direct contact op met LION’s Law via 06-24254842 of contact@lionslaw.nl. Wij zorgen dat je juridisch sterk staat en voorkomen dat jouw onderneming onnodig schade lijdt.